Een zomervakantie in Portugal. De eilandengroep die de Azoren heet. Ergens tussen Portugal en Amerika in. Op 4 uur vliegen van Amsterdam. 2 uur tijdsverschil. Het schijnt er nogal mooi tezijn. Bloemeneilanden, vulkanen, lava, dolfijnen en walvissen. Het zou ook niet zo toeristisch zijn. We gaan het ontdekken!

Het licht ging uit...

Wie kent dat prachtige nummer van de Dijk niet? Mag het licht uit. Een prachtige Nederlandstalige song uit 1987.

 

Te veel woorden, Te veel zinnen, Te veel woorden, Draaien in mijn kop

Te veel woorden, Te veel muren, Te veel uren, Tikken langzaam op

Te veel mensen, Te veel draaien, Te veel mensen

Draaien eromheen

Te veel mensen, Te veel zinnen, Te veel woorden

Voor een mens alleen

Mag het licht uit, Mag het licht uit, Mag het licht uit

 

“Mag het licht uit…..” het is bij ons thuis inmiddels een beladen zin.

 

Het begon met kleine irritaties. De inductieplaat die ineens weigerde, de lampen die knipperden alsof we in een spookhuis woonden en de auto die zich gedroeg alsof hij heimwee had naar het laadstation een paar straten verderop.  En dat terwijl de vierwieler de hele nacht aan de oplader had gelegen. En het erge: op de bovenverdieping geen licht, de wekker die niet afging (gelukkig heb ik een goede biologische klok) en niet opgeladen telefoons. Elke keer weer hetzelfde ritueel: ploep, alles uit. Monteur bellen. Monteur komt. Monteur mompelt iets technisch. Monteur vervangt een stop in een kast waar wij als bewoners niet bij mogen (of kunnen – wie weet wat daar allemaal achter schuilgaat). Kassa: een rekening van € 139,-

En dan? Dan werkt alles weer. Even. Net lang genoeg om te denken dat het probleem nu écht opgelost is. Tot het weer ploep zegt. Alsof ons huis gewoon af en toe een powernap nodig had, maar dan zonder ons daarin te betrekken en in ieder geval op de meest onmogelijke momenten.

 

De enige echte oplossing

Na weken van steeds terugkerende stroomstoringen, waarbij de monteur ons al begroette met “zo, daar zijn we weer”, (€ 139,-) werd de kogel door de kerk gejaagd: de meterkast moest vervangen worden. Klaar ermee. Nieuwe kast, alles fris, alles goed. Toch?

 

Op de dag van de vervanging bleek al snel dat het probleem dieper zat. Letterlijk. Liander moest eraan te pas komen om de aansluiting en toevoer te verbeteren. Al knutselend in de kleine meterkast ruimte, viel vervolgens de stroom uit in de hele straat. Op mijn telefoon kreeg ik een melding (zo heb ik dat ingesteld) van Liander, dat er een stroomstoring was in en rond de Keuterstraat en dat het wel 4 uur kon duren. 

 

Inmiddels stonden er 4 mannen in de gang en hoorde ik iemand wat mompelen over een brandlucht.

Dus daar zaten we, samen met de buren, in een collectieve black-out. Meer dan vier uur lang. De koelkast begon onheilspellend warm te worden, de telefoonbatterijen zakten langzaam richting 1%, en de werkdag eindigde abrupt toen de laatste noodaccu het begaf. We hebben het geprobeerd hoor, met powerbanks en accuvoeding (speciaal de avond daarvoor opgeladen), maar een dagje thuiswerken zonder elektriciteit is net als een dieet met alleen maar taart: een nobel idee, maar niet vol te houden. Hoewel dit voorbeeld eigenlijk nergens op slaat, als je aan het vasten bent (inmiddels meer dan 7 kilo lichter).

 

Voorbereid op een crisis? 

De overheid roept op om voorbereid te zijn op een crisis. Minimaal 72 uur zelfvoorzienend, zeggen ze. Water, voedsel, een noodradio, kaarsen… Wij hebben de test alvast voor jullie gedaan: we haalden niet eens één volle werkdag. Je vraagt jezelf tijdens zo’n moment af hoe het vroeger ooit heeft kunnen werken (zonder electriciteit, zonder internet), maar belangrijkste vraag voor mij gedurende de dag was hoe ik in vredesnaam nog thee kon zetten. Het goedje in de ’s ochtends gevulde thermoskan is na een aantal uur echt te brak om te drinken namelijk.

 

Het probleem is inmiddels opgelost. De huizen in de Keuterstraat beschikken weer over stroom en zelfs bij ons knipperen de lampen niet meer en hebben we al een paar dagen geen storing meer. Ik heb wel het vermoeden dat de meterkast niet vervangen  had hoeven te worden: het probleem zat bij Liander. Dus in die zin voor niets heel veel kosten gemaakt. Ik troost me maar met de gedachte dat ik toch al van plan was om de oude kast een keer te laten vervangen.

 

We hebben weer licht, we kunnen weer thee drinken en de telefoons zijn weer opgeladen en internet is actief: het is allemaal weer normaal ….

 

Hoewel…..  Sinds de storing doen de straatlantaarns het in de Keuterstraat het niet meer. Je kunt natuurlijk niet alles hebben…

En tot slot de rest van de tekst en de link naar de song van de Dijk:

 

Te veel woorden, Te veel zinnen

Te veel woorden, Draaien in mijn kop

Te veel woordenTe veel muren

Te veel uren, Tikken langzaam op

Te veel mensen, Te veel draaien, Te veel mensen

Draaien eromheen

Te veel mensen, Te veel zinnen, Te veel woorden

Voor een mens alleen

Mag het licht uit, Mag het licht uit, Mag het licht uit

Als ik je in mijn armen sluit

Te veel ogen, Te veel tranen,Te veel ogen

Tranen van verdriet

Te veel ogen, Te veel vragen

En de antwoorden, Die zijn er niet

Mag het licht uit, Mag het licht uit, Mag het licht uit

Als ik je in mijn armen sluit

Te veel woorden, Te veel zinnen, Te veel woorden

Draaien in mijn kop

Te veel woorden, Te veel muren, Te veel van alles

Na een lange lange dag

En zo zie ik ze graag

Maar nu is het genoeg

Genoeg geweest vandaag

Mag het licht uit

Mag het licht uit

Mag het licht uit

Als ik je in mijn armen sluit

Mag het licht uit

 

 

2 Berichten

Live happy, live present, live always connected!

De cirkel van het leven. Je leest er wel eens over en we zijn er allemaal onderdeel van: een eindeloze, draaiende achtbaan van gebeurtenissen waar je soms het gevoel hebt dat je maar rondjes blijft draaien. Van de eerste ademhaling tot de laatste zucht, alles komt weer terug. Je wordt geboren, groeit op, maakt een paar misstappen (of tien), en voor je het weet, zit je weer ergens in de fase waar je begon – het leven heeft de heerlijke gewoonte om zichzelf telkens opnieuw uit te vinden.

 

En terwijl je daar in die cirkel zit, ben je soms zo druk bezig met het zoeken naar het einde van de rit dat je vergeet dat het om de reis gaat. En dan krijg je ook nog wat mee van je ouders, doe je dingen op dezelfde manier en dat geef je weer door en doen je kinderen ook weer. Het is bijzonder. En over cirkels gesproken (en dan maak ik het ineens erg plat).

 

Regelmatig schrijf ik er over. Mijn sportieve aspiraties. Bijna elke week sta ik er weer: in de sportschool (Bijsterbosch in Heerde), klaar voor mijn rondje Milon Circle. Twee keer twintig minuten zwoegen op apparaten die mijn weerstand instellen alsof ik een professionele atleet ben, terwijl mijn lichaam zich gedraagt als een vastgelopen bureaustoel. De belofte is simpel: in slechts 35 minuten per sessie zou mijn conditie met sprongen vooruit moeten gaan. Maar na meer dan 1,5 jaar trouw trainen moet ik toegeven: de enige sprongen die ik maak, zijn die naar de kleedkamer om mezelf te troosten met een warme douche en een energiedrank (en soms een subtiel weggewerkte stroopwafel). Maar dat is in deze vastentijd eigenlijk ook al een troost die niet gezocht kan worden.

 

Het is niet dat ik niet wil. Ambitie genoeg. Net als de rest van Nederland trouwens. Het zit in ons systeem en hoort ook een beetje bij de circle of life. We willen allemaal fitter, duurzamer, socialer en productiever zijn. Maar ja, de realiteit zit ons in de weg. Drukke agenda’s, overvolle inboxen, inflatie, een overvol hoofd en een wereld die in crisismodus blijft hangen. Hoe vaak horen we niet dat we “samen de schouders eronder moeten zetten,” terwijl iedereen op zijn eigen eilandje ploetert of alleen de eigen tuin aanharkt? Iets wat Irene en ik vanmiddag ook fanatiek deden (laat de lente maar komen!).

En toch… toch is er iets moois aan die Milon Circle. Niet vanwege de kilo’s die er níét af vliegen, maar vanwege de mensen. De vaste gezichten die net als ik in hun sport-outfit staan, de blik op oneindig, hopend op een wonder. Niemand haalt een Olympische medaille (volgens mij valt ook niemand af: maar ik kan mij vergissen) maar we doen het toch. Tussen de apparaten door worden de verhalen over werk uitgewisseld, worden grappen gemaakt en gaat het over  (klein)kinderen, vakanties en de beste manier om spierpijn te voorkomen. 

 

Het is misschien wel een prachtige metafoor voor hoe we als samenleving met elkaar functioneren. Misschien wel wat ver gezocht, maar maatschappelijk worstelen we toch ook met van alles en nog wat? We proberen er het beste van te maken, en vaak lijkt het net alsof we nergens komen. Maar in kleine kring, met de juiste mensen om je heen, is het eigenlijk best goed toeven. En misschien is dat wel de echte winst: niet de kilo’s die verdwijnen, maar het "in het moment zijn" of "de band" (hoe oppervlakkig dan ook), die ontstaat met degenen die net zo hard hun best doen.

 

“Live happy, live present, live always connected”, las ik ooit ergens. Zo is het eigenlijk ook. Het heeft wat weg van mijn blog van vorige week (het zit me blijkbaar toch hoog: excuus daarvoor…).

 

Maar volgende week sta ik er weer. Bij Bijsterbosch (fase 8 inmiddels). Niet omdat ik verwacht ineens een afgetrainde versie van mezelf in de spiegel te zien, maar omdat het soms al genoeg is om deel uit te maken van iets. Ook een klein onderdeel van die grote cirkel (van het leven).

 

En wie weet… misschien zorgt die Milon Circle uiteindelijk toch ook een beetje voor wat beweging – al is het maar in mijn hoofd. 

 

Live happy, live present, live always connected!

 

 

0 Berichten

Even wat anders…..

Een melodramatische blog deze keer. Hoewel misschien ook wel niet.

 

In een tijd dat we steeds somberder (en bijna depressief) worden van alle berichten die we te verwerken krijgen, is het ook wel eens fijn om de zinnen te verzetten, met andere ogen naar de omgeving te kijken. Misschien ook wel even te vergeten wat er elders gebeurt.

 

Het lijkt alsof de wereld zucht onder haar eigen gewicht. Oorlogen slepen zich voort, politieke schermutselingen worden met de dag vreemder, en het nieuws is een eindeloze stroom van onrust en ellende.

 

Maar vandaag… vandaag was het (in ieder geval voor mij) even anders.

 

Het is 8 maart en de lente heeft zich onbeschaamd vroeg en uitbundig aangediend. Twintig graden, een zon die alles in een gouden gloed zet, en een zacht briesje dat de geur van de rivier meevoert. Met een aantal vrienden ("vrinden" zoals we dat binnen Rotary ook wel eens zeggen) aan het werk in de uiterwaarden aan de IJssel.  De IJssel – de mooiste rivier van Nederland, zonder twijfel – slingert zich traag en tijdloos door het landschap, haar oevers nog nat van de winter, maar al vol belofte. Grote groepen ganzen vliegen laag over (met het mooiste uitzicht van de wereld): voor hen zijn er geen grenzen en op deze plek hoeven ze blijkbaar niet bang te zijn om afgeschoten te worden, vanwege de beschermde status van het gebied (begreep ik).

 

In de uiterwaarden tussen Hattem en Heerde, waar het water de natuur vormt en de seizoenen hun eigen gang gaan, stond vanmorgen een handvol Rotarians met snoeischaren en werkhandschoenen. Geen grote woorden, geen politieke spelletjes, alleen samen de handen uit de mouwen steken. Hagen snoeien, takken opruimen, de natuur een beetje helpen in haar eeuwige cyclus van groei en verval.

Het was hard werken, maar wie maalde daarom? De vogels floten alsof ze de lente zelf uitriepen, de aarde rook naar nieuw leven, en onder de blauwe lucht groeide iets anders dan alleen gesnoeide takken: verbondenheid. Fellowship, zoals ze dat zo mooi noemen. Niet vergaderen over problemen, maar samen aanpakken. People of action. En dan gebeurt er gewoon wat. Al was het alleen maar dat de doornen van de rozen of de meidoorn zich dwars door de kleren en handschoenen heen boorden en niemand daar om maalde. Uiteindelijk ging het dan toch om het werk dat vervolgens wordt gedaan. 

 

En zo, terwijl de zon langzaam steeds meer aan kracht toenam, de zonnebrand zelfs uit de tassen werd gehaald, de schaduwen over de uiterwaarden steeds korter werden met de stijgende zon, bleef die gedachte hangen. Het kan dus anders. Niet alles hoeft zwaarmoedig en uitzichtloos te zijn. Soms is er alleen een rivier, een paar mensen met snoeischaren, en een dag die eindigt met het gevoel dat de wereld – hoe klein ook – een beetje mooier is geworden.

 

Vandaag was even anders. En misschien is dat precies wat we nodig hebben.

2 Berichten

Alles van tafel...

We gaan weer beginnen. De jaarlijkse vastenperiode begint komende week. Al jaren doe ik er aan mee. Vanaf de carnaval tot aan Pasen. Ik heb een eigen regime van vasten ontwikkeld. Geen alcohol, geen frisdrank, geen koffie, geen hapjes tussendoor, geen snoepgoed en alleen het hoognodige eten (ontbijt en avondeten: geen luxe, geen dessert). Verder veel water. Alles van tafel dus. Ik vind het een mooie gedachte.

Soberder leven, veel bewuster omgaan met voedsel en domweg ervaren dat het met minder ook kan. Mooi bij-effect: het scheelt wel een paar kilo’s.

 

Mijn omgeving zal zeggen dat het hard nodig is.

De zwemband rond het middel neemt inmiddels ook wel erg forse vormen aan. Mijn dementerende moeder vraagt bij een bezoek aan haar keer op keer hoe lang ik nog moet en wanneer de uitgerekende datum is. Tja…ondanks haar dementie is het confronterend (maar wel heel eerlijk) om dat diverse malen in een gesprek te moeten horen. Ik praat meestal maar wat met haar mee en maak er dan ook maar een grapje over.

 

In de aanloop naar de zogenaamde 40 dagen tijd heb heb ik het er (onbewust of misschien wel bewust) goed van genomen. Soms is het onvermijdelijk: een zakenlunch of etentje kan je natuurlijk niet overslaan, maar het is vanuit het letten op overgewicht veelal toch “zelf afgeroepen leed” bij het dineren met vrienden en familie. Quality Time is het label dat erop wordt geplakt en dat klopt ontegenzeggelijk. Een glaasje wijn, een borrel, een goed stuk vlees en verschillende gangen die het diner vormen. Eigenlijk een dilemma dus. Kiezen voor de gezelligheid en het goede leven of… soberheid en er uit zien als een “jonge god”?

Zelfs mijn oudste zoon (ook niet vies van een goed en groot glas wijn en een goede maaltijd) steekt tegenwoordig al waarschuwend het vingertje omhoog. “Je moet opletten, pa”, dit is niet goed. En dan duidt ook hij op mijn te zware lijf en mijn levensstijl. Ik kreeg zelfs een app aangeraden om mijn eetpatroon vast te leggen. Wel een tijdje gebruikt, maar de discipline ontbreekt om dan dagelijks al die calorieën bij elkaar op te tellen.

 

Mijn tweewekelijkse bezoek aan Bijsterbosch (de sportschool in Heerde) zet geen zoden aan de dijk. Tenminste: misschien ook wel, maar volgens Irene eet en drink ik alles wat ik afval door het sporten er weer net zo hard aan. Ik heb nog een tijd beweerd dat ik vet in spieren omzet (en daardoor geen kilo’s meer verlies), maar die stelling kan ik ook niet meer met droge ogen volhouden.

 

"Alles van tafel" dus: vasten tijdens de 40 dagen tijd en dan Pasen vieren (en weer in het oude ritme vervallen). Het is een uitkomst. Pittig in de eerste weken, maar het went en na een tijdje voel je je beter dan ooit. Wel confronterend dat je voor de zomer dan weer op gewicht bent. Het blijft een dilemma en er lijkt gen tussenweg mogelijk. En over het “alles van tafel” of “alles op tafel” dilemma gesproken. Ik keek vorige week naar de Nederlandse film “Alles op Tafel”. Een Netflix film van Linda de Mol (“my goodness: “dieper kan je niet zakken”, zou je kunnen stellen). Het heeft niets met vasten te maken, maar wel met al; het goede wat eten en gezellig samenzijn kan brengen (of in dit geval juist niet).

 

De film gaat over een groep vrienden die een diner organiseren en afspreken dat alle telefoons tijdens het eten op tafel moeten blijven liggen, maar dat elk telefoongesprek of bericht dat tijdens de maaltijd binnenkomt wordt voorgelezen of op de speaker moet. Ik heb de film helemaal uitgekeken. En dat gebeurt doorgaans bijna nooit en helemaal niet met Nederlandse films en zeker niet met TV optredens of films, waar Linda de Mol haar gezicht laat zien. Een doldwaze film: echt prachtige conversaties en dilemma’s als alles op tafel komt en bespreekbaar wordt. Ook de zaken die je eigenlijk niet zou willen delen. Met plezier naar gekeken.

 

De film is een remake op de Italiaanse film Perfetti sconosciuti uit 2016. Eerder werden er ook al versies van de film gemaakt in diverse andere talen. Voor een trailer: https://www.pathe.nl/film/25421/alles-op-tafel en hij staat gewoon op Netflix.

 

Ik ga maar gewoon starten met vasten. Alles van tafel of alles op tafel? Eigenijk het maakt niet zoveel uit. Of toch wel...

2 Berichten

Alles is betrekkelijk....

Vrijdagmiddag 21 februari. Ik zit in de tuin in het zonnetje. Het verkeer raast in de bekende S bocht hier in Heerde voorbij. Je hoort het geluid beter, omdat er nog zo weinig blad (geen eigenlijk) aan de bomen zit. Het voelt wat onwerkelijk na een sombere en grijze periode. De afgelopen dagen was het winters (op z’n hollands): lekker fris in de avonduren, in de ochtend ijskrabben. Dat laatste schrijf ik eigenlijk voor de vorm (om te duiden dat het gevroren heeft: mijn auto heeft een standkackel en warmt de auto voordat ik instap al op).

 

Nu dus ineens lente. Het schijnt iets van 15 graden te zijn en ik moet zeggen het voelt heerlijk. Na (alweer) een volle werkweek is het echt onwerkelijk om zo in het tuintje te zitten. Wel met de computer op schoot… op de achtergrond draait het zakelijke mail programma gewoon mee.

 

Ik heb zelfs een hazenslaapje gedaan. Gewoon in slaap gevallen, terwijl ik wat onderuit gezakt in de tuinstoel zat. Genieten dus. Het is onvoorstelbaar maar er kwam zelfs een citroenvlinder voorbij. Morgen schijnt het weer over te zijn.

Dat is overigens ook logisch, want mijn jongere broer komt naar ons zomerhuisje in Epe en hij heeft er patent op dat het dan altijd regent (zowel hartje zomer als de weekenden in voor- of najaar.

 

Wij checken om eerlijk te zijn altijd eerst even de bezetting van het zomerhuisje, voordat we besluiten om te gaan fietsen of een wandeling te maken. Als mijn broer er is, weet je dat je beter binnen kunt blijven. 

Dat is ook logisch, want mijn jongere broer komt naar ons zomerhuisje in Epe en hij heeft er patent op dat het dan altijd regent (zowel hartje zomer als de weekenden in voor- of najaar. Wij checken altijd eerst even de bezetting van het zomerhuisje, voordat we besluiten om te gaan fietsen of een wandeling te maken. Als mijn broer er is, weet je dat je beter binnen kunt blijven. Ik weet niet of je het boek van Heere Heeresma hebt gelezen: “Han de Wit gaat in ontwikkelingssamenwerking (een parodie op de traditionele hollandse christelijke jongensboeken). In dat boek regent het alle dagen van het jaar en ik moet altijd aan dat boek denken als broer en schoonzus naar Epe komen. Het maakt hun weekenden er overigens niet minder op. Alles is natuurlijk betrekkelijk.

 

Maar enfin: het is vandaag lente en dat fleurt de boel letterlijk en figuurlijk weer wat op. Er is altijd licht aan het einde van de tunnel. Daar zullen de mensen in Gaza of Oekraine anders naar kijken, hoewel de hoop op betere tijden waarschijnlijk ook doet leven.

 

Er gebeurt veel in de wereld. Je kunt het bijna niet meer bevatten. Wat een ellende, wat een dommigheid, wat een fake-nieuws, wat een politiek gekonkel, wat een respectloosheid, wat een liefdeloosheid. Je kunt geen Talkshow aanzetten, geen journaal bekijken geen nieuwssite bezoeken, zonder dat je beelden, geluiden of effecten meekrijgt van de hierboven genoemde woorden. En dan is het best knap (vind ik zelf) dat ik de laatste zinnen kan opschrijven zonder dat ik woorden als Musk, Trump, Poetin of Netanjanu gebruik. 

 

Het wordt lente: en als je dan niet naar de TV kijkt en dat eerste fladderende vlindertje voorbij ziet komen, dan lijkt het net allemaal goed te zijn op deze aardkloot. Onwerkelijk. Wat je niet weet of niet ziet of hoort, dat is er domweg niet. Was het eigenlijk maar zo simpel.  Was het maar zo betrekkelijk.

 

Afgelopen week had ik met mijn managementteam een dagje op de hei. Zo’n off-site, in kasteel Woerden. Mooie locatie en goed bereikbaar met de trein. Mensen die mij kennen weten dat ik niet zo’n OV-reiziger ben, maar deze keer toch maar voor dat middel gekozen. Vanuit Wezep met de boemel voor dag en dauw naar Utrecht en dan weer verder met de boemel naar Woerden. 

 

Terug werd het een drama, waarbij alles gebeurde wat mij doorgaans weerhoudt van het reizen met de trein. Hollend na het diner (het lag al wat zwaar op de maag) naar het station. Best grappig dat rode achterlicht van zo’n wegrijdende trein. Maar niet heus. De eerste vertraging dus al te pakken. Bij het openen van de 9292 app zag ik dat er een gewijzigd reisadvies was. Richting Zwoll: twee treinen en 2 bussen. Het zal toch niet waar zijn?

 

Tierend en de NS verwensend loop ik een kwartier later dus op het station in Utrecht. “U kunt het best de trein naar Hilversum nemen”, meneer… “en dan kijken of het lukt om de trein naar Amersfoort te nemen. Als u geluktheeft, rijd er dan wel een trein naar Zwolle”.

 

Vol ongeloof kijk ik de best wel vriendelijke NS-er aan. “Er is ongeluk gebeurd. Iemand voor de trein gesprongen bij Den Dolder.” De boosheid is ineens weg. Ik schaam mij voor de innerlijke boosheid. Alles is betrekkelijk natuurlijk. En wat is nu een beetje vertraging als je dit als machinist of nabestaande meemaakt? Je moet er niet aan denken.

 

Wat mijmerend loop ik naar het perron en neem plaats in de trein naar Hilversum. Tegenover mij zit een huilende vrouw. Twee grote koffers naast haar. Ze had in de trein van het ongeluk gezeten. Had 2,5 uur vastgezeten en had daardoor haar vlucht naar Buenos Airos gemist. Nu dus maar opweg naar huis, ook via Hilversum naar Amersfoort. Ze had zich er zo op verheugd “38 graden verschil”, zegt ze. Lang voor gespaard en dit wordt niet vergoed. Pfff... en dan klaag ik over wat vertraging. Alles is betrekkelijk.

 

Om kwart voor elf was ik thuis. Doodmoe, maar met een dubbel gevoel. Alles is betrekkelijk…. vandaag schijnt de zon.

 

Hoewel…. het begint bewolkt te raken. Ik denk dat mijn jongere broer in de buurt is.

2 Berichten

Bye, bye socials

Een early Adapter ben ik misschien wel. Nooit mee gedaan met Hyves (een van de eerste social media platforms), maar met de introductie van Twitter en Facebook was ik van de partij. Met name Twitter gebruikte ik veel voor korte (dat kon natuurlijk ook niet anders) berichtjes en wat foto’s met een steeds groter wordende schare volgers. Facebook probeerde ik ook uit en bleef ik intensief gebruiken.

 

Iedere keer berichten over dat wat mij bezig hield.  Eerst met foto’s van het gezin, maar toen de kids begonnen te protesteren (“pa, haal die foto van facebook: ik wil dit niet”),  beperkten de berichten zich tot mijn persoonlijke (vrolijke en vooral leuke) ervaringen: vakantie foto’s, berichten over mijn wandelingen, berichten over ons huis…. eigenlijk alleen maar berichten over daar waar je dan een beetje trots op bent en mee te koop wilt lopen. 

 

"IJdelheid der ijdelheden", zou Prediker zeggen. Eigenlijk is het niet meer dan dat. Slecht nieuws zet je er niet op, tenzij je daar al de dooddoeners qua medeleven wil ophalen (maar daar was ik dan weer niet van). Mijn motivatie om Facebook te gebruiken werd in eerste instantie voornamelijk ingegeven door mijn genealogisch onderzoek, maakte ik mijzelf wijs. Ik haalde er veel foto’s en familie berichten vandaan, maar tegelijkertijd was het natuurlijk ook gewoon een bron om mijn nieuwsgierigheid te bevredigen. Mensen die alleen maar foto’s van kun katten, honden of "tegeltjes wijsheden" op facebook plaatsten werden (zonder dat ze het wisten, overigens) "ontvriend". Van dat soort berichten gruwelde ik dan weer wel.

 

Het heeft iets subjectiefs, natuurlijk. 

Tja… en na Twitter en Facebook kwamen Snapchat, Instagram (intensief gebruikt) en vervolgens Tiktok, Mastodon en ook nog Bluesky. Allemaal interessant, soms nog leuk ook, maar… wel stuk voor stuk van een zelfde laken het pak. Het afscheid van Twitter kondigde zich al een tijd geleden al. Wat een bagger, wat een zuurheid en wat een goedkope zwartmakerij. Je miste er niets aan. Ging er soms (grappig bedoeld weliswaar) nog aan mee doen ook. Snapchat volgde al snel, evenals TikTok. Als ambtenaar mag je dat laatste product ook niet op je smartphone hebben. Die Chinezen komen namelijk overal achter.

 

Instagram en Facebook bleven het meest en langst in gebruik. Swipend door filmpjes (uren naar voorspelbare dommigheid kijken, soms nog leuk ook). En natuurlijk ook de door ijdelheid gedreven berichten over “hoe goed en leuk ik het wel niet heb en had”. 

 

Waarom plaats je toch al die “Ondertussen in Heerde, Zwolle of waar je ook bent" berichten? vroeg een goede vriend. Ik moest het antwoord toch een beetje schuldig blijven. Het vage standaard antwoord was, dat ik de familie een beetje op de hoogte wilde houden. Dat klopte ook wel min of meer, maar…. de onbedwingbare behoefte om te "shinen" (dat denk je dan zelf, overigens: ook al zo'n misplaatst zelfbeeld) was er ook gewoon. En wat schiet je er mee op? Los van het dommige tijdverdrijf, waarbij de telefoon vergroeit met je hand? Eigenlijk helemaal niets. 

 

Wat een onzin dus eigenlijk. Dommigheid, ledigheid (is des duivels oorkussen, toch?) dat is het. En ik mag nu feitelijk zeggen: dat was het. Na de zogenaamde vrijheid van meningsuiting besluitenin Amerika, waarbij je fakenieuws en niet gecheckte (onjuiste) feiten ongecensureerd de wereld in kan brengen, heb ik afscheid genomen van…… Geen Facebook meer, geen Instagram en de rest ook maar verwijderd. 

 

Lees dit bericht (als Facebook of Instagram gebruiker) niet als een oordeel overigens over je dommigheid of slimheid. Voel je alsjeblieft niet aangesproken, als ik verwijs naar tegeltjeswijsheden, kattenberichten of de grappig bedoelde foto's. Ik zou na zoveel ijdele berichtjes van mij zelf niet durven.

 

Maar nu wel gestopt dus met het tijdrovende gedoe op social media en de gekke drive of behoefte om zoveel mogelijk “likes” te krijgen. Alsof dat je leven verrijkt. Het gaat eigenlijk nergens over…. mensen zitten toch raar in elkaar…. hoewel: wie wil er nu niet aardig gevonden worden?

 

Een week na het afscheid: nog geen afkickverschijnselen en veel tijd over. Zo simpel is het...

 

Bye Bye Socials….. terug naar de echte wereld. Nog wel linkedin, overigens (Maar wat ik daar mee opschiet? Misschien binnenkort ook maar verwijderen). En natuurlijk deze website. Ook een vorm van ijdelheid natuurlijk, maar toch net iets anders…. (je kunt niet eens een like geven…)

1 Berichten

Overpeinzingen

Het was een beetje stil de afgelopen periode. Tenminste als je het woord stilte gebruikt om te duiden dat er wat weinig blogberichten zijn geplaatst. Na de laatste blog over mijn moeder, kwam het er gewoon niet van. Iets te veel op het bordje: werk, kerk en andere dingen. Voornamelijk werk, overigens. Een volle agenda en een vol hoofd. Tel daar de feestdagen bij op. De tijd vliegt dan ook nog eens voorbij. Het gaat ten koste van het schrijven van berichten. Het gaat ten koste (en dat is veel erger) van de wandelingen over de heide en door de bossen in onze prachtige omgeving. De ommetjes zijn er natuurlijk nog wel. Op zondagmiddag (achter de meute aan op de hei) of op een verloren zaterdagmorgen, maar veel is het niet geweest. 

Het is niet goed natuurlijk. Daar gaan de goede voornemens, daar gaat het grote genieten van hei, bos, uiterwaarden en IJssel. Wat een paradox eigenlijk: je geniet er zo van en toch komt het er niet van.

 

Overpeinzingen… er is veel te zeggen. Begin november verloren de Democraten in Amerika de verkiezingen.  Je zag het al een beetje aan komen, ik had mij er op voorhand al een beetje bij neergelegd, maar de hoop dat het anders uit zou pakken bleef. Dus was er toch teleurstelling. En die teleurstelling is gebleven tot op de dag van vandaag. Met ongeloof, verbazing en afschuw kijk je naar de dagelijkse nieuwsberichten over de meest idiote decreten.  

We leven in een vreemde wereld. Je wordt er niet vrolijk van. Gaza wordt plat gebombardeerd (we staan erbij, kijken ernaar en zwijgen). Rusland houdt niet op (we staan erbij, kijken er naar en zwijgen) in Oekraine en zelfs in Nederland worden de meest gruwelijke dingen in de onmachtige politiek geroepen (en een beetje gedaan). We staan erbij, kijken er naar en zwijgen.

 

We moeten ons voorzichtig gaan voorbereiden op oorlog riep Marc Rutte (in zijn nieuwe rol) onlangs. Heb jij al een noodpakket in de kelder staan? De vraag naar dit soort pakketten is blijkbaar nog nooit zo groot geweest.  Je wordt er niet vrolijk van in ieder geval. Wij hebben overigens geen noodpakket in de kelder gezet.

 

En als we dan toch in de "depri-sfeer" zijn. Ik schrijf hier regelmatig over mijn ouders. Het wordt er niet beter op. Met mijn moeder gaat het niet goed. Ze gaat eigenlijk hard achteruit. Verwardheid, Verdriet en Verbazing als we ons bij haar aandienen.

 

Het is keer op keer toch wel weer even slikken bij iedere ontmoeting. Ze herkent ons niet meer. Weet wel dat het goed is, maar het is niet fijn. Mijn vader heeft het ook- en daardoor zwaar. We staan erbij, kijken er naar en kunnen niet anders dan zwijgen… hoewel… gelukkig komt vaderlief nog regelmatig in Heerde en hebben we mooie momenten met elkaar. Korte wandelingen, een museumbezoek en Quality-time bij een goed glas wijn. 

 

Overpeinzingen… een nieuw jaar. Mooier kunnen we het niet maken, zo lijkt het. Een beetje somber dus…. Ik kijk uit naar de lente…de bloembollen laten zich al een beetje zien. De heide roept… ik kijk er naar uit.

2 Berichten

Dag moeke

 

"Dag moeke..."

Het is de openingszin die ik vaak gebruik om mijn lieve moeder te begroeten. Zo ook afgelopen week bij het bezoek van Irene en mij aan het huis waar ze verblijft.

 

Bij aankomst, staat ze alleen in de verlaten gang als we de afdeling betreden. Ik zie haar staan en neem haar op, zoals ze daar in het midden van die lege gang staat: Het lijkt net of ze weer wat kleiner is geworden, ze staat licht gebogen en wat verward om zich heen te kijken. Er is verder niemand te zien. 

 

Ze kijkt me wat wazig en verbaasd aan als ik haar begroet en op haar afloop.

 

“Dag moeke…”. 

 

Ze slaat haar hand voor haar mond en begint te huilen. Mijn maag draait zich om en ik probeer niet te laten merken dat ik er van schrik en me wat ongemakkelijk voel bij de situatie.  Ik sla mijn armen om haar heen en we knuffelen even. 

 

“Wat fijn dat je er bent, ik ben zo bang”, zegt ze. Ik vraag wat er aan de hand is, maar word geen wijs uit het antwoord. Irene en ik lopen samen met haar naar haar kamer. Ze is onrustig maar ook blij dat we er zijn. Ik knuffel haar nog een keer en ze pakt met haar beide gerimpelde handen mijn gezicht vast en kijkt mij diep in de ogen. Ik mis de blik van herkenning. Ik neem plaats in de stoel tegenover haar. Irene gaat op bed zitten. Ik noem haar nog een keer mama en zeg dat het fijn is om weer even haar te zijn. Wie ben jij dan? vraagt ze. Ik ben je zoon, moeke, zeg ik. Ze kijkt mij verbaasd aan.

 

Meen je dat? 

 

Ze lijkt het niet te beseffen en vraagt aan Irene wie zij dan wel niet is. We leggen het uit en ook dat Irene en ik getrouwd zijn. Ze weet het niet meer. Ze heeft vandaag al veel bezoek gehad en ik weet dat ze bij het vorige bezoek de vrolijkheid zelf was en zelfs met haar gitaar nog liedjes heeft gezongen. Het is misschien te veel geweest allemaal. Nu is ze zichtbaar vermoeid, een beetje bozig, een beetje verdrietig.

 

 

Het is de eerste keer dat ze mij bij een bezoek niet meer herkent en weet wie ik ben. Het is zo’n moment waarvan je weet dat het een keer gaat komen. Ik probeer me groot te houden en er luchtig over heen te praten. Het doet pijn en ik heb moeite om mijn tranen te bedwingen. Hoe gek is het dat je eigen moeder je niet herkent.  Ze gaat achteruit en dat merk je aan alles. Het is slikken, zeker als je meer en meer beseft dat zij (de vrolijke en liefste moeder van de wereld) daarmee steeds meer uit beeld verdwijnt. Eigenlijk is het precies andersom. Wij verdwijnen uit haar beeld, uit haar gedachten. Hoe eenzaam en verdrietig moet dat wel niet zijn? 

 

Ze weet of voelt dat het met onze aanwezigheid overigens wel goed zit. Vraagt of ik haar jongere broer ben en ik leg het nog een keer uit. “Ik ben je zoon, mama”. Ze schudt een beetje met haar hoofd, knijpt met haar ogen, alsof ze haar geheugen wil activeren, en begint weer wat te huilen, hoewel ze zich vervolgens ook verbijt en flink probeert te zijn. Ik vraag (tegen beter in) wat er aan de hand is. Ze wijst naar haar hoofd. “Het gaat niet goed met me”, zegt ze. En maakt met haar hand een gebaar, dat je doorgaans maakt om iemand te duiden die gek is of iets geks heeft gezegd. We proberen van onderwerp te veranderen en ik loop naar haar toe en laat wat foto’s op mijn telefoon zien. “Kijk daar zijn wij samen, moeke, jij en ik”. 

 

“En wie ben jij dan?” 

“Ik ben Erwin, mama” en ik maak vervolgens het grapje dat ze al zo veel jaren naar mij heeft gemaakt: “ik wijs naar haar buik en zeg dat ik daar in heb gezeten”. Ze glimlacht, lijkt wat tot rust te komen en vraagt waar Nico is. Ik zeg dat hij straks komt en ze merkt op dat dat fijn is. We praten over koetjes en kalfjes. Ze maakt een grapje (wijst naar mijn te dikke buik en vraagt hoeveel maanden ik nog moet en wanneer de bevalling is), glimlacht en in een flits zie ik weer even iets van mijn oude vrolijke  moeder.  

 

Wie is dat dan Erwin? Dat is Irene. Je schoondochter. Mijn vrouw. Ze gelooft het niet, maar knikt even. 

 

De stemming verbetert maar dezelfde vragen komen steeds weer terug. De antwoorden zijn echter in een “split second” weer vergeten.

 

Als we vertrekken omhelst ze mij nog een keer. “Dag mamma, dag moeke…. tot de volgende keer”. 

 

"Dag lieffie", zegt ze… we zwaaien buiten nog een keer naar het raam, waar ze achter staat.  Met beide handen zwaait ze ons uit… ze huilt. Ik van binnen ook. 

 

Dag moeke…

 

 

Misschien wil je na het lezen van deze blog wel een donatie doen aan de stichting Alzheimer.  Alzheimer Nederland zet zich in voor een van de grootste uitdagingen van deze tijd: dementie. Samen met duizenden vrijwilligers, mensen met dementie, mantelzorgers, onderzoekers, donateurs en collectanten, werken zij aan een toekomst zonder dementie en aan een betere kwaliteit van leven voor mensen met dementie en hun mantelzorgers. Je kunt hun werk ondersteunen via de link naar de volgende site: www.alzheimer-nederland.nl. Je kunt ook de "ik denk aan je" afbeelding hierboven aanklikken...

 

4 Berichten

Een zucht van verlichting...

“Zo, dat is een diepe zucht”, zei een van de coaches van Bijsterbosch, vanmorgen vroeg tijdens mijn wekelijkse sportschool-routine. Ze stond een paar meter van mij vandaan en ik was druk doende met mijn workout. “Ja, het is ook pittig”, mompelde ik.

 

Dat was overigens ook echt zo. Inmiddels zit ik in fase 7 van de Milon Circle, maar na een periode met corona en nog een forse griepachtige verkoudheid in het lijf, gaat het sporten me niet zo goed af. Zuchtend, puffend en hoestend (rochelen zou je ook mogen zeggen) werk ik mijn oefeningen af. 

 

Toch moet ik bekennen dat ik wel vaker een opmerking krijg over een door mij geproduceerde duidelijk hoorbare zucht. Daar waar mensen vaak non-verbaal laten zien of ze het ergens wel of niet mee eens zijn, door bijvoorbeeld bedenkelijk te kijken of te fronsen, blijkt het dat ik in mijn ongedurigheid soms nogal luidruchtig zucht.

 

Bij de Rotary als een spreker te lang van stof is, op mijn werk als een discussie weer nergens over gaat of voor de TV als er weer iets voorbij komt waar ik mij (blijkbaar) aan erger. Niet iedereen maakt er een opmerking over, maar ik word mij er wel steeds meer van bewust, omdat sommigen dat wel doen. “Vind je het niet leuk, Erwin” hoor ik dan wel eens of “duurt het te lang?”. Ik mompel dan ontkennend (een beetje jokkend) een excuus, maar schrik er ook van. Ik kan mijn gezicht wellicht in de plooi houden en daar kan je mogelijke desinteresse niet aan aflezen, maar…. als dat teniet wordt gedaan door het luidruchtig zuchten, dan is dat niet netjes en op z’n minst niet respectvol voor de omgeving waar ik dan aanwezig ben. Het erge is dat ik me er tot op heden amper van bewust was. 

Wat is dat eigenlijk? Een zucht..

 

Ik zocht op internet naar een verklaring en vond bijgaande definitie: Een zucht is een hoorbare, diepe ademhaling waarbij lucht met kracht wordt uitgeblazen, vaak om spanning, frustratie, opluchting of vermoeidheid te uiten. Het is een universeel signaal van emotie, subtieler dan woorden maar vaak veelzeggend. 

Bij de definitie op internet werden ook wat voorbeelden genoemd. Situaties waarin mensen onbehoorlijk zuchten:

  1. In een vergadering: Wanneer iemand luid zucht na een voorstel dat hen niet aanstaat, alsof ze hun ongeduld of afkeuring niet kunnen onderdrukken.
  2. In de rij bij de kassa: Als iemand opzichtig zucht omdat de persoon voor hen wat te lang doet over het afrekenen.
  3. Thuis: Wanneer een partner zucht bij het horen van een taak die ze liever niet uitvoeren, bijvoorbeeld “Kun je de vuilnis buiten zetten?” gevolgd door een dramatische zucht.
  4. In het openbaar vervoer: Als iemand overdreven zucht bij het voelen van een lichte duw of als een medereiziger wat te luid telefoneert.

In deze situaties wordt zuchten een vorm van passief-agressieve communicatie, waarbij de zucht meer zegt dan woorden.

 

Terwijl ik dit stukje aan het schrijven ben, vraagt vrouwlief of ik zover ben. We gaan naar Zwolle. Oeps, zucht… vergeten. Het komt me helemaal niet uit, maar ook deze dramatische zucht (en daar ben ik me nu wel bewust van) heeft mijn mond al verlaten voor ik er erg in had: Sinterklaas inkopen doen op een zaterdag in een drukke stad. Je moet er niet aan denken. Ik in ieder geval niet (“zucht”).

 

Een uiting van frustratie: er valt dan eigenlijk best wat af te zuchten, overigens.

  • Trump die de verkiezingen wint: zucht
  • Israel die Gaza plat bombardeert: meer dan 40 duizend doden: zucht
  • Een nederlands kabinet dat zichzelf overschreeuwt: zucht
  • Een iets te drukke week op het werk, onlogische besluiten: zucht
  • Gedoe in Amsterdam, anti-semitisme, discriminatie: zucht
  • Feyenoord dat weer eens verliest: zucht
  • Liefdeloosheid, ieder voor zich, vreemdelingenhaat, not in my backyard: zucht zucht zucht…
  • Klimaatproblemen, complottheorieën, woke, wappies, vaccinatie angst, wapenwedloop: zucht…
  • na anderhalf jaar Milon (sportschool) nog geen gram lichter, sterker nog... de gewichtstoename heeft niets met spieren te maken: zucht

En toch….

 

Een zucht kan ook iets positiefs zijn. Die zucht in de sportschool, die zucht tijdens een vergadering, die zucht tijdens een presentatie, omdat het gewoon een goed verhaal is.  Een “zucht van verlichting” is dat heerlijke moment waarop je plotseling een last van je schouders voelt vallen.

 

Of misschien die zucht die hoort bij het gelukzalige moment als de wijn goed smaakt bij een heerlijke maaltijd of als je na een week van hard werken even bij vrouwlief op de bank zit of samen hand in hand zit te genieten van dat prachtige plekje tijdens je vakantie….

 

Zucht….

 

Wat een rare blog is dit…

0 Berichten

Ik ben geen held....

Het aantal blogjes dat wordt geschreven over een van mijn ouders neemt wel wat toe. Ik hoop dat de lezer het mij vergeeft. Het zijn berichten die misschien en per definitie veel meer bedoeld zijn voor de innercircle. Je kunt jezelf misschien ook wel afvragen, waarom je zo’n berichtje uit de persoonlijke sfeer uberhaupt publiceert. Om eerlijk te zijn weet ik het antwoord eigenlijk ook niet. Op de een of andere manier is er een soort onbedwingbare drang om het “in the open” te brengen. Het is een soort facebook gedrag. Waarom plaats je daar alles (misschien overigens alleen maar de positieve dingen waar je mee te koop kunt lopen: een soort ijdelheid dus) wat je mee maakt. Ik plaats er zelf ook wel eens wat op Facebook, maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen, dat ik vaak ook met plaatsvervangende schaamte berichten uit de zgn. vriendenkring op social media lees (dat geldt dan ook op achterafbasis vaak voor mijn eigen facebookberichten). Voor een ieder die dat ook heeft bij het lezen van deze blog: stop dan alsjeblieft met het lezen van dit artikeltje. 

 

Waarom weet ik niet precies….. maar… ik moet het gewoon even kwijt en via zo’n blogje schrijf ik soms ook wat zaken van mij af. Het antwoord op de vraag waarom je het dan vervolgens publiceert, moet ik dan schuldig blijven. Als lezer behoor je gewoon even tot de innercircle…. Het voelt overigens net iets anders om zo'n blog op je eigen site te zetten, in plaats van op Facebook. Het is wat onlogisch eigenlijk.

 

Mijn vader. Daar gaat het bericht dus weer over. Een aantal weken geleden kreeg hij een TIA. Oorzaak inmiddels bekend. Een verstopte halsslagader. Deze week zou hij eraan geopereerd worden. Ik mocht hem vergezellen tijdens de opname dag afgelopen dinsdag. “Vind je  het leuk om dan met mij te ontbijten?, vroeg mijn vader”. “Tuurlijk pa (de dag zo alleen beginnen is ook zo wat)”. Dus om 06.00 uur in de auto vanuit Heerde naar Vianen.

 

Nadat de afspraak was gemaakt belde zuslief nog op om aan te geven dat hij tegenwoordig wat uitslaapt en dus niet om 06:30 uur naast zijn bed staat, maar pas om 07:15 uur aan tafel gaat (my goodness: het is maar wat je uitslapen noemt).  Ik weet niet waarom, maar het hoort bij het ritme van mijn vader. Sinds mijn moeder in een verzorgingshuis zit, blijft het ritme min of meer hetzelfde. Je staat vroeg op, gaat ontbijten doet de rest van de dag de dingen zoals je altijd al deed.

Om half 8 stond ik op de stoep. Vaderlief was al aangekleed. De tafel in het kleine keukentje  van zijn appartement in Vianen was gedekt. Een gekookt ei, een glaasje jus d’orange, een kop koffie en een stapeltje boterhammen, netjes op elkaar gelegd. “Dat is lang geleden, Erwin”, zegt hij. “Dat we samen ontbeten hebben. Het is altijd maar stil hoor”, merkt mijn vader op. Ik moet even slikken als ik naar de foto van mijn moeder kijk, die pontificaal in het midden op de ontbijttafel staat (naast de Bijbel).  Zullen we even stil zijn, vraagt hij? We doen onze ogen dicht en ik buig automatisch ook mijn hoofd, mijn vader vouwt zijn handen. De radio staat aan (je zult het niet geloven op Christmas Radio oid) en daar klinkt een moderne versie van Silent Night. Na het moment van stilte merk ik op dat hij er wel erg vroeg bij is met de kerstmuziek. Het is 22 oktober. Nu telt mijn vader vanaf de langste dag op 21 juni al af naar Kerstmis, maar dit vindt hij zelf ook te veel van het goede. Hij weet echter niet hoe hij op zijn digitale radio de zender moet verwisselen.. Waarschijnlijk luistert hij dus al vanaf begin september naar kerstmuziek bij het ontbijt.

 

In de loop van de ochtend maken we ons op voor het vertrek. Ik help hem nog even met het vervangen van een pleister op z’n hoofd (hij heeft gisteren tot bloedens toe zijn hoofd gestoten). We praten over koetjes en kalfjes, over mijn moeder en wie er voor haar zorgt als hij naar het ziekenhuis is. Hij zegt niet gespannen te zijn. “Ik maak mij geen zorgen, hoor. Ik ga vol vertrouwen en… dit is echt de meest verstandige keuze”. Het was kiezen tussen de operatie of het wachten op een volgende TIA. 

 

Als we vertrekken schuifelen we achter zijn rollator naar de gang. “Wacht even….”, roept hij. Hij schuifelt terug naar de bank. Ik moet nog iemand bellen. Het blijkt Pierre te zijn (iemand -een Kromhout-maatje-uit Limburg- die hij vorig jaar heeft ontmoet en waarvan hij deze week begreep dat hij wat problemen met lopen heeft): ik moet even weten hoe het met hem gaat… en hem ook sterkte wensen. Het is de wereld op z’n kop, maar zo is mijn vader. Ik ben er toch ook wel trots op. Altijd aandacht voor de ander, altijd zich zelf wegcijferend en klein makend. Hoewel dat laatste soms ook wel wat ridicule vormen aanneemt.

 

Op weg naar het ziekenhuis loopt de spanning voelbaar op. Mijn vader spreekt iedereen aan, die hij tegenkomt, knoopt met veel mensen een gesprekje aan. De taxi-chauffeur van het pendelbusje, de dame die geen plek kan vinden om te zitten (hij is in staat om zijn plek af te staan - dat doe ik dan overigens) en de verpleegsters in het ziekenhuis. “Kennen jullie Henny?” is een vraag die hij diverse keren aan medewerkers van het Antonius stelt. Zij heeft hier (jaren geleden, overigens) ook gewerkt als vrijwilliger van de patientenvervoersdienst. Pas op het moment dat hij zelf naar een van de poli’s wordt gereden, is er iemand die met Henny (mijn moeder) heeft samengewerkt. “Doe de groeten maar van Sjaak", zegt hij. Dat zal ik doen, mompelt mijn vader met een glimlach op z’n gezicht. Een herinnering aan een tijd dat het goed was.

 

Op weg naar de opname afdeling (we zijn inmiddels van hot- naar her gestuurd en mijn vader heeft nog twee voorbereidende onderzoeken gehad), merkt hij op dat hij blij is dat ik er bij ben. “Ik ben geen held, Erwin”. Ik zou dit in mijn uppie ook niet gered hebben. Voor mij is hij wel een held. Het is ook een heldhaftige keuze om als 87-jarige deze operatie met zo'n zware narcose aan te gaan. Hij doet het (ook voor mijn moeder, zegt hij) toch maar. 

 

De operatie de dag daarna is pittig. Om half 10 naar de OK. Mijn vriend Bertus (ook vrijwilliger bij de patienten vervoersdienst) rijdt hem met een knipoog naar de operatiekamer. Om 13:00 uur wordt hij naar de recovery gereden.

 

Rond 17:00 uur op de kamer, waar ik samen met mijn jongste broer probeer de eerste woorden met hem te spreken. Hij is nog dizzy (zo stoned als een garnaal), maar toch aanspreekbaar. Drie vragen blijft hij stellen (ieder keer als hij weer wat bijkomt, nadat hij in slaap is gesukkeld): wie gaat er vanavond naar Henny? Is het geregeld? en… zijn de luiken al opgehangen? (ons huis in Heerde is net geschilderd en de luiken moesten nog worden opgehangen). Het is allemaal geregeld voor moederlief, pa.

 

En… de luiken hangen. De operatie is goed gegaan. Je bent een held! 

 

“Kan ik al naar huis, Erwin?”

5 Berichten

Een likje verf doet wonderen: het spel van de kleuren

De herfst is een seizoen van verandering. Als de zomer zich langzaam terugtrekt en de dagen korter worden, transformeert het landschap in een prachtig palet van warme, diepe tinten. Het is alsof de natuur haar laatste levendige zucht uitblaast voordat ze zich in winterslaap hult. Deze tijd van het jaar roept een gevoel van bezinning op, van loslaten en vernieuwing, en nergens is dat zichtbaarder dan in de kleuren die de wereld om ons heen tot leven brengen.

 

Wanneer je door de Dellen vlakbij de Renderklippen wandelt, zie je de bomen langzaam van kleur verschieten. De groene bladeren, ooit zo fris en vol leven, veranderen in de meest indrukwekkende schakeringen van geel, oranje, rood en bruin. Elke boom lijkt zijn eigen verhaal te vertellen, een laatste kunstwerk voor het seizoen eindigt. Het is alsof de natuur haar penseel in de lucht zwaait, elke beweging vol intentie en betekenis. In onze woonkamer hangt een schilderij van Jan van Vuuren, waarin dit beeld nadrukkelijk zichtbaar wordt.

 

De kleuren van de herfst hebben iets betoverends. Ze brengen warmte in een tijd waarin de dagen steeds koeler worden. Het rode van de esdoornbladeren, het gouden geel van de berken en het diepbruin van de eikenbladeren, allemaal staan ze in scherp contrast met de grijze lucht die steeds vaker de zon verdringt. Deze levendige tinten omarmen de melancholie van de naderende winter en geven ons het gevoel dat er schoonheid te vinden is in het verval. Excuus voor de lyrische taal, maar het zijn de woorden die bij mij opkwamen toen ik samen met Irene afgelopen vrijdagmiddag een uurtje de bossen in ging. Een cadeautje na een week van hard werken.

Maar niet alleen de bomen maken de herfst een feest voor het oog. Ook de heidevelden, die in de zomer nog zo uitgestrekt en levendig paars bloeiden, krijgen nu een meer ingetogen, grauwe uitstraling. De paarse bloei maakt plaats voor een ruige, aardse textuur, een tapijt van stil verdriet. Toch heeft ook deze sobere verschijning haar eigen charme. Het contrast tussen de zachte, gedempte kleuren van de heide en de vurige bladeren in het bos laten zien dat de natuur een meester is in balans en harmonie. Je zou het liefst met de penseel in de hand het beeld in de grijze Gaza strook of aan het front in Oekraiene willen veranderen: harmonie, evenwicht, vrede en balans.

 

De herfst leent zich bij uitstek voor het vak van de schilder. Een kunstenaar kan geen mooier seizoen kiezen om de natuur vast te leggen in al haar glorie. Elke penseelstreek die het doek raakt, lijkt de diepere emoties van het seizoen te omarmen. Een verwijzing naar het schilderij bij ons aan de muur, laar het duidelijk zien, Het subtiele spel van licht en schaduw, de manier waarop de zon net door de bladeren breekt voordat ze ondergaat, dat is de essentie van de herfst. Het is een uitnodiging om te vertragen, om even stil te staan en de schoonheid van vergankelijkheid te bewonderen.

Net zoals de herfst ons inspireert om stil te staan bij de verandering van de natuur, werden wij geïnspireerd om wat veranderingen aan te brengen in en rond ons eigen huis. Ons geliefde Zonnestein, aan de Keuterstraat in Heerde.

 

Het huis had een wat traditionele uitstraling met zijn witte muren en rode accenten. Het rode deed denken aan de vurige kleuren van de herfstbladeren, en het wit gaf het geheel een frisse, schone uitstraling. Maar net zoals de bomen hun bladeren laten vallen en zich voorbereiden op een nieuw begin, voelden wij dat het tijd was voor vernieuwing.

 

En zo besloten we de kleur accenten te veranderen. Het rood van de luiken en het wit van de kozijnen hebben we ingewisseld voor een rustgevend en authentiek licht groen. Het witte huis hebben we opnieuw in een stralende witte verf gezet, frisser dan ooit tevoren. Zo lijkt het in ieder geval. Een likje verf doet wonderen.

 

(excuus voor de lyrische taal, maar soms heb ik daar als lezer en wandelaar gewoon wat last van...)

1 Berichten

We moeten door

Ziek. Het overkomt me niet vaak. Ik moest me er toch aan overgeven. Griep dacht ik, later bleek het Corona te zijn. Toch bijzonder. Tijdens de pandemie reed het Corona busje ons huis in Heerde voorbij en nu… enkele vaccinaties later….. toch positief op Corona getest. Testen hoeft eigenlijk niet meer. Het virus is inmiddels (zo lijkt het in ieder geval) een soort griep geworden en het devies is thuis blijven, zolang je klachten hebt. Als ik het RIVM mag en moet geloven, tenminste. En dat doe ik met plezier en niet alleen omdat ik werkzaam ben bij het RIVM.

 

Je kunt je echter voorstellen hoe het gaat. Bij de eerste symptomen, neem je hooguit een paracetamol en sleep je je toch naar het werk. “Je stopt pas met werken als het echt niet langer kan (lees: je er zo’n beetje dood bij neervalt)”. Zo heb ik het met de paplepel ingegeven gekregen.

 

“Wij Verbomen zijn niet voor 1 gat te vangen en gaan door …. laten ons zeker niet kennen.” Het zijn woorden van mijn vader. Het zijn de echo’s van gesprekken die mij doen herinneren aan de middelbare schooltijd, waar ik dit soort zinnen vaak kreeg toegevoegd, als ik een keer met barstende koppijn het bed wilde houden en een dagje school wilde laten schieten.

 

Tja… zo zijn wij Verbomen. We  laten ons niet kennen.

 

Mijn vader. Niet voor een gat te vangen. Gaat altijd door. Pijntjes kent hij wel, maar erkent ze niet. Er moet wel iets heel geks aan de hand zijn, als hij zich bij een arts meldt. Meestal doen wij dat dan maar voor hem. Hij wil zich niet aanstellen en niemand (en zeker de arts niet) tot last zijn.

 

Op vrijdag (ik lag dan eindelijk toch met dat enorme schuldgevoel op bed en had mij ziek gemeld) ging de telefoon. Ik zag op mijn Iphone dat het mijn vader was. Ik was net wat weg gedoezeld (of hoe noem je dat?) en liet hem maar even lopen. Een kwartier later werd ik wakker en zag ik dat hij nog een keer gebeld had. Belangrijk dus… ik belde terug, maar kreeg een wildvreemde dame aan de lijn. “Niet schrikken meneer, ik ben een ambulance medewerker en bel vanuit de ambulance. We zijn met uw vader onderweg naar het ziekenhuis. Hij is niet lekker geworden, maar hij is goed aanspreekbaar. Maakt u zich geen zorgen. We denken dat het een TIA is geweest. Als u deze kant op komt hoeft u zich niet te haasten. Doe maar voorzichtig…”

 

My goodness. Je schrikt natuurlijk wel. Je staat direct naast je bed (de hoofdpijn en lamlendigheid zijn direct verdwenen), hoewel ik nog wel de tegenwoordigheid van geest heb om een mondkapje uit de kast te grissen op weg naar de auto, waarbij ik mij tijdens het telefoneren  en het naar de auto rennen ook nog probeer aan te kleden. De lezer zal zich ongetwijfeld een beeld kunnen vormen over hoe dit er uit heeft gezien (het meest ridicule beeld klopt, kan ik je verzekeren). Ik roep de schilders die ons huis van een nieuwe kleur voorzien nog toe, dat ik weg ben en niet voor de koffie kan zorgen.

 

Op weg naar Nieuwegein. Inmiddels aangekleed (zelfs de veters van mijn schoenen gestrikt voor het stoplicht). Het Antonius ziekenhuis. 

 

In het ziekenhuis is mijn vader snel gevonden. Bij de eerste hulp. Daar ligt hij. Een kleine tengere man. Onzekerheid in de ogen, maar inderdaad goed aanspreekbaar. Hij heeft een TIA gehad, praat wel wat moeilijk, maar de uitvalsklachten zijn al zo goed als verdwenen, vertelt de neuroloog. Met de verpleegster maakt hij al weer grapjes. Hij mompelt dat er toch wel heel veel mensen, zich met hem hebben bezig hebben gehouden en bedankt een ieder die aan zijn bed komt te staan voor de goede zorgen. Vertederd kijk ik naar hem en hoe hij dat doet. Het is typisch mijn vader. Zelfs nu denkt hij aan de ander en niet aan zichzelf.

 

We praten over dat wat er gebeurd is. Hij kon tijdens het rondbrengen van brieven voor de kerk (“hij sterft nog een keer in het harnas”) ineens niet meer op z’n benen staan, voelde zich duizelig en heeft zich min of meer slepend langs de muur naar zijn woning getrokken. Hoewel hij zich dat ook niet meer goed kan herinneren. Ik slik even als ik het verhaal hoor. 

 

“Het was niet goed, Erwin”, zegt mijn vader. “Ik dacht dat mijn laatste uur geslagen had…… en hoe moet het dan met je moeder….” 

 

“Ik heb zelf de dokter maar gebeld en die heeft direct de ambulance opgeroepen”, zegt mijn vader. 

 

Mijn vader die zelf de dokter belt. Uit zichzelf. Dan is het inderdaad ernstig. Een Verboom laat zich niet kennen en geeft zich niet zo snel over aan lichamelijk ongemak.

 

Situatie was natuurlijk ook ernstig en dat is het nog steeds. Uit onderzoek blijkt dat zijn halsslagader fors verstopt zit en dat hij geopereerd moet worden. Of het moet laten aankomen op een volgende TIA of herseninfarct. Dat risico wil hij niet lopen. Het risico van de operatie en de volledige narcose op zijn leeftijd is dan toch kleiner. Het blijft toch spannend en de schrik zit er goed in. Bij mijn vader en bij een ieder die om hem heen staat.

 

Aan het einde van de middag heb ik hem naar huis gebracht. Broederlief heeft de maaltijd verzorgd en is lang bij hem gebleven. De nacht kwam hij goed door. We hebben hem uit zijn hoofd gepraat om diezelfde avond nog even naar mijn moeder te gaan. Dat heeft hij de dag daarna goed gemaakt. Het ging (en zeker de ernst van de situatie) overigens aan mijn moeder voorbij. Ze vroeg wel waarom hij zo moeilijk liep, maar toen hij vertelde wat er was gebeurd kwam dat niet bij haar binnen. Verdrietig eigenlijk.

 

Inmiddels loopt mijn vader dus nu wel met een rollator. Hij heeft het lang proberen te voorkomen, maar hij staat als gevolg van de TIA zeer wankel op de benen. We zijn in afwachting van de oproep voor de operatie.

 

“We moetendoor, Erwin….”. 

 

Ja pa. We laten ons niet kennen.

 

(een paar dagen later zijn we weer bij mijn moeder... een vertederend moment.... onmacht en liefde in 1 beeld gevangen:)

3 Berichten

Hoe kleiner je bent, hoe groter de ruimte

Voor de Ontmoetingskerk in Heerde schreef ik een korte blog over vernieuwing. Het is het jaarthema van de protestantse kerk in Nederland. Het is voor de kerk in Nederland van belang om over vernieuwing na te denken. Hoewel je dat woord vernieuwing ook vanuit geestelijk perspectief kunt beschouwen. Een oproep voor een moreel revival of zoiets...

 

Sinds maart van dit jaar ben ik voorzitter van de kerkenraad. In het bestuur van de lokale kerk. Het voelt als een soort thuiskomen. In ieder geval niet als iets nieuws, zo lijkt het. In onze vorige woonplaats zat ik ook in de kerkenraad. Feitelijk dus niets nieuws onder de zon: het voorzitterschap, de onderwerpen die op de agenda staan, de manier waarop we er over spreken (positief en onderzoekend) en de zorg die er is. over de toekomst van de kerk en de gemeente. 

 

Hoe houd je de lokale kerk draaiend? Hoe houd je een vereniging of club draaiend? Het is een vraag voor heel veel op vrijwilligers gebouwde organisaties. Hoe houd je je club levend, als er steeds minder mensen zijn om als vrijwilliger actief te zijn. Het is puzzelen. Het hoort een beetje bij het tijdsbeeld. Mensen lijken zich steeds minder vaak voor een langere tijd te willen binden aan een vrijwilligersfunctie. Een (tijdelijk) project lukt nog wel, maar… voor een langere periode. Het is lastig. We hebben het druk met school, werk, sport en chillen (of vormen daarvan). 

In de kerk speelt dan nog een keer extra dat er sprake is van vergrijzing. Het is geen populaire plek voor jonge mensen, die zich liever met andere zaken bezig houden. Of dat met gebrek aan geloof te maken heeft, weet ik niet. Ik denk het niet eigenlijk. Het zit hem in de vorm, in dat wat je qua beleving zoekt. De vorm van kerk-zijn in deze tijd spreekt veel mensen niet meer aan. Jongeren lijken het in de kerk niet meer zo gemakkelijk te zoeken en zeker niet te vinden. Er zijn wel uitzonderingen, overigens.

 

Ik voel me er toch in thuis. Deels ingegeven doordat ik het van huis uit mee heb gekregen, deels omdat ik het ritueel van de wekelijkse vieringen ook mooi en inspirerend vind, maar misschien wel voornamelijk omdat ik geniet van teksten die je er hoort en zingt over een lonkend perspectief en een andere wereld. Het levert prachtige metaforen en parabels op. Het zijn ook bijzondere verhalen. En ter geruststelling (of misschien wel teleurstelling) voor de lezer van deze blog: ik ben niet zo van het dogma, het fundementalisme, de regels en de orthodoxie. In tegendeel zelfs.  Vrijheid, blijheid en eigen verantwoordelijkheid: daar geloof ik dan weer in. Het gaat niet om de vorm, maar om dat wat je met elkaar beleeft.  En natuurlijk ook het geloof dat er meer is tussen hemel en aarde en ook de overtuiging dat je zelf handen en voeten aan mag en moet geven aan een wereld waar het anders kan en moet. Geloof is dan een mooie inspiratiebron, voor een levenshouding die ook op de ander en je leefomgeving (dichtbij en veraf) is gericht. Je wordt keer op keer herinnerd aan het feit dat je ruimte geeft aan de ander, door jezelf kleiner te maken. Het zou zomaar een tekst van Stef Bos kunnen zijn.

 

De kerk is in die zin een mooie service organisatie. Je wordt zelf bediend, maar het is ook de bedoeling dat je de wereld, de mensen dient. Service above self, heet dat in Rotary termen. Al sinds ik in Heerde woon, ben ik lid van Rotaryclub Hattem-Heerde. Een prachtige club. Dit jaar als inkomend voorzitter. Volgend jaar (tijdens mijn voorzittersjaar) bestaat de club 50 jaar. Bijzonder. Een mooie club mensen die wekelijks bij elkaar komt. Niet op zondag, maar op donderdag. Ook hier met vaste rituelen en patronen, gebaseerd op onderlinge vriendschap en het verlangen om iets goeds te doen voor de wereld waarin we wonen. Kerk en Rotary. Wat ze in ieder geval met elkaar gemeen hebben is die service gedachte, gebouwd op de idee dat niemand voor zich zelf leeft.  Hoe meer dat je geeft, hoe meer dat je krijgt. Ook dat zou een tekst van Stef Bos kunnen zijn.

 

Afgelopen week was ik met een Rotary vriend in Kampen. We bezochten in het prachtige theater (de Stadsgehoorzaal) in de van origine zeer gereformeerde stad Kampen een optreden van Stef Bos. Een bloemlezing.

 

Op zondag (nog wel) naar een optreden van Stef Bos in Kampen. Stef Bos: Een taalvirtuoos, die het zo mooi weet te beschrijven.

 

Hoe kleiner je bent, hoe groter de ruimte. Hoe meer dat je geeft, hoe meer dat je krijgt. Mooier kan je deze blog niet samen vatten. Hoewel.... toch nog wel goed om de rest van de tekst van de prachtige song "Ruimte" te lezen:

Hoe kleiner je bent

Hoe groter de ruimte

Hoe verder je gaat

Hoe dichter je komt

 

 Hoe meer dat je verzwijgt

Hoe sterker de woorden

Hoe meer dat je loslaat

Hoe lichter je wordt

 

Hoe minder je praat 

Hoe meer je kan zeggen

Hoe meer je vergeet

Hoe minder je mist

 

 Hoe langer je kijkt

Hoe groter het inzicht

Hoe dieper het donker

Hoe mooier het licht

 

Open jouw armen

Open jouw armen voor alles dat komt

Open jouw armen

De weg naar de stilte gaat dwars door de storm

 

Hoe groter de afstand

Hoe beter je zien kan

Waar je vandaan komt

Waarheen je gaat

 

 Hoe meer dat je geeft

Hoe meer dat je krijgt

Hoe meer je iets loslaat

Hoe langer het blijft

 

Open jouw armen

Open jouw armen voor alles dat komt

Open jouw armen

De weg naar de stilte gaat dwars door de storm

 

Hoe minder je vasthoudt

Aan wat is verloren

Hoe groter de ruimte

Voor alles dat komt

(als je de foto aanklikt is het nummer te horen en te zien)

(en de rest van een muzikaal optreden van deze zanger)

0 Berichten

King Lear

Het zal ook de ambiance geweest zijn: In de tuin van Kasteel Rechteren (vlakbij Dalfsen) en een voorstelling van King Lear bij prachtig weer. De mooiste dag van september moet het geweest zijn. Bijna te warm.. zou je haast zeggen. Voor ons de opening van het theaterseizoen. Natuurlijk was het de ambiance, maar bovenal was het een prachtige voorstelling van een indrukwekkend actueel en oud verhaal: King Lear. King Lear is een toneelstuk over ouder worden en het verlies van macht. Een groot verhaal waarin oude en nieuwe generaties elkaar bestrijden, blinden helder zien en dwazen de waarheid spreken. In de onzekere wereld van King Lear verwordt orde tot chaos en zijn loyaliteit en vriendschap goud waard.

 

Het zijn thema's en onderwerpen die je vandaag de dag 1:1 kunt overnemen om de Amerikaanse verkiezingen te duiden, de politieke verhoudingen in Den Haag metaforisch te beschrijven of simpelweg iets over de ontwikkelingen op het wereldtoneel te vertellen.

 

Op de middelbare school had ik het verhaal van Shakespeare al een keer gelezen voor mijn engelse lijst. Het is echt een toneelstuk en een verhaal dat alleen van de hand van Shakespeare kan zijn. Indringend, scherp, spannend en een plot die een fataal einde kent. De theatergroep de Kingsmen speelt in een wervelende, aanstekelijke mix van Duits, Nederlands, Tukkers, Platt-Deutsch en Shakespeare-Engels. Het is uitermate grappig dat de verschillende talen en dialecten die door elkaar heen gebruikt worden, geen afbreuk doen aan het verhaal en de boodschap. Misschien is het wel precies het tegenovergestelde. Het lijkt het verhaal eerder te versterken dan te verzwakken.

Lear, koning van Groot-Brittannië, vindt dat hij te oud wordt om te regeren en wil zich terugtrekken uit de taken van de monarchie. Een soort Biden, die toch maar de handdoek in de ring gooit. Hij besluit zijn rijk te verdelen onder zijn drie dochters. Hij verkondigt dat hij het grootste aandeel zal geven aan degene die het best duidelijk kan maken van hem te houden. Het verhaal laat zich verder uit tekenen (voor een synopsis en een echte recensie: een verwijzing naar het verhaal en via deze link).

 

King Lear: Een verhaal waarbij de leugen aan de haal gaat met de waarheid en dan nog heel ver komt ook. Het gaat uiteindelijk over vertrouwen en natuurlijk over de liefde (en of dit echt is of juist niet).

 

Het optreden van de Kingsmen en dit theaterstuk vielen voor mij samen in een periode dat ik ook een college kreeg van psycho-analyticus Paul Verhaeghe. Dat ging over het onbehagen in onze maatschappij. Een indrukwekkende inleiding over iets wat er in de onderbuik van onze maatschappij leeft.  Ondanks de welvaart op alle vlakken neemt de onrust in onze huidige maatschappij toe. En de vraag is waar dat vandaan komt en wat je er van ziet. Verhaeghe gaat op zoek naar verklaringen voor dit onbehagen: in de praktijk zo zicht- en voelbaar zijn in de zorg, het onderwijs en binnen organisaties en bedrijven. Er zijn wel lijnen te trekken met dat wat er in het theaterstuk van King Lear gebeurt. Er is veel wantrouwen. Mensen geloven de bestaande instituties niet meer. De taal speelt daarbij een belangrijke overigens. En dan gaat het niet over Duits, engelse of Twentse dialecten.  Verhaeghe heeft het over de taal, waarbij woorden een hele andere lading krijgen of worden meegegeven. 'George Orwell bedacht daar ooit de term newspeak voor: bestaande woorden krijgen een andere betekenis. Zonder het te beseffen gebruiken wij voortdurend economische uitdrukkingen en termen bij onderwerpen die niets met de economie te maken hebben: we hebben het over stakeholders, outcome financiering, corebusiness, benchmarking, output, trade-off, return on investment . Ook de herbenaming

van de dienstverlening als non-profitsector is een pijnlijk voorbeeld.' Het zegt iets over de wijze waarop we onze samenleving inrichten, het zegt iets over de wijze waarop verbindingen worden aangegaan of juist verliezen en het zegt iets over hoe relaties worden getypeerd. Het leven wordt in verlies en winst uitgedrukt en in onze maatschappij wordt de groep verliezers steeds groter. Heeft het iets met King Lear te maken? Ik weet het eigenlijk niet. Het heeft wel iets te maken met hoe mensen met elkaar omgaan en dat het uiteindelijk om "houden van..." gaat (en niet om waarden die in economische begrippen worden getypeerd).  

 

King Lear. Winnaar of verliezer? In ieder geval gaat het uiteindelijk om "het houden van", de liefde en om oprechtheid. Er zou in onze maatschappij toch veel minder onbehagen zijn als we oprecht geïnteresseerd zouden zijn in de ander. Doe is lief.... is het Sire devies...

 

0 Berichten

Waarom wist ik dat niet?

Op deze plek schrijf ik regelmatig over mijn ouders. Mijn moeder lijdt aan dementie, waarbij vergeetachtigheid steeds meer wordt vermengd met warrigheid en het verlies aan begrip over tijd, plaats en positie. Het is triest en verdrietig om je moeder zo te zien verdwijnen. Het is ook gek. Ze is nog steeds je moeder, je kunt haar nog steeds omarmen, knuffelen en vasthouden. Haar blik is echter leeg. Echt contact maken doe je niet meer, hoewel…. Aan de hand van foto’s of een liedje komt er soms ook gewoon iets terug van hoe ze was. Het maakt de situatie voor de mensen om haar heen alleen maar verwarrender. Met name voor mijn vader is het niet te bevatten: onbegrijpelijk. Er is al eerder op deze plek over geschreven.

 

Wat ook bij de ziekte hoort, is het verlies aan decorum. Voor wie mijn (oude) moeder of de "Henny van vroeger" kent, weet dat ze een flapuit was. Ondeugend ook, altijd vrolijk, altijd in voor een mooie grap. Ze kon soms ook onbedaarlijk lachen en plezier hebben om iemand met een gekke neus, een vreemde bril, een toupet die scheef zat, een verkeerd geknoopt overhemd of alles wat afwijkend was van de standaard.

 

Een “enfant terrible” werd ze thuis (vroeger) nog wel eens genoemd, misschien ook wel gewoon vanwege een enorme dosis aan ADHD: springerig, beweeglijk, ook als het ging om de aandacht die ze gaf aan…. alles wat haar opviel. 

Er was altijd wel iets in haar omgeving wat tot plezier en een belachelijke situatie leidde. Ze zag ook altijd de gekke dingen, die afwijkingen die tot het lachen, gieren en brullen leidden. De slappe lach, met haar typerende hikkende schaterlach. Niet zozeer om de ander belachelijk te maken overigens. Ze vond de situatie gewoon grappig. En achteraf kon ze daar dan enorm veel plezier om hebben. Knap was (het zal met de opvoeding te maken hebben gehad), dat het lachen geen uitlachen was en dat het plezier pas vaak achteraf ontstond (de persoon in kwestie zal er weinig van mee hebben gekregen). 

 

Dat ondeugende heeft mijn moeder nog steeds. Ze ziet ook alles wat in haar beleving afwijkend of grappig is. Ze is ook nog steeds de flapuit, die ze altijd was. Wat er wel veranderd is, is dat de “wacht voor haar lippen” weg is. Ze zegt direct wat ze ziet en wat haar opvalt en dat doet ze ook niet meer met gedempte stem. Mijn bril vind ze (met die oranje onderkant) maar een vreemd ding, de marrokaanse man op straat heeft wel een heel erg lelijk gebit of een te donkere huid en die verpleegster op de afdeling (niet de dunste overigens) heeft wel een hele dikke kont. Haar mede bewoners maakt ze er grinnikend (en zonder haar stem te dempen) met heel veel plezier op attent. Tja…. Het hoort bij de ziekte. 

 

Het maakt wel dat mijn vader (die zich schaamt voor het ongeremde becommentariëren van anderen) niet meer met haar over straat durft te wandelen. 

 

Het maakt haar wereld wel opnieuw weer een stukje kleiner. Haar wereld wordt kleiner en ze gaat helaas steeds meer achteruit. Dat doet best pijn. Wat ook pijn deed was het bezoek vorig weekend aan haar. Het was de eerste keer dat ze bij onze ontmoeting niet wist, wie ik was. Ze wist dat het goed zat, maar….. of ik nu haar jongere broertje was, haar man of iemand anders uit de kring om haar heen… 

 

Wie ben jij ook al weer? (Zelfs de gekke oranje bril kon ze niet plaatsen)… 

Ik ben je zoon mam, je oudste zoon…. 

 

“O ja, dat weet ik toch wel, lieverd…..” was het antwoord. 

 

En wie is dat dan? was de vervolgvraag, terwijl ze naar Irene knikte. Dat is Irene, moeke, dat is mijn vrouw, jouw schoondochter. 

 

Ben jij al getrouwd, Erwin? 

 

Waarom wist ik dat niet?

 

(slik)

1 Berichten